Project Pakhuis Schottenburch
Wim Vonk:
In oktober 1979 werd mij de begane grond van het pakhuis de Schottenburch aan de Kromboomsloot te huur aangeboden. Het pakhuis werd in 1636 gebouwd en heeft tot dat moment vrijwel altijd als opslag van goederen dienst gedaan. Toen ik hier begon was het een grote troep, ik heb eerst een stuk plastic gespannen om door te kunnen gaan met mijn werk. Ik was met een heel gedetailleerd schilderij bezig en dat wilde ik afmaken. Als ik genoeg geschilderd had, ging ik een beetje breken en bikken en dat ging prima; het had een soort dualiteit: dat grove werk tegenover dat fijne. Die wisseling ligt mij wel.
Paardenvoederbak
Toen ik aan het slopen was bleek er ontzettend veel te gebeuren. Er stond een keukentje dat weg moest, daar kwam een paardenvoederbak onder vandaan. Dat is heel raar als je zoiets vindt. Je vraagt je af wat het kan zijn. Er zaten ijzeren hengsels aan, het was duidelijk geen wasbak, dat leek me te onpraktisch.
Napoleon
Kort daarop kwam de zoon van de oude eigenaar langs en ik liet het hem zien. Hij zei: ‘Ja, daar hebben er zeven of acht van gestaan, want dit is een paardenstal geweest, in de tijd van Napoleon.’ In die tijd waren er veel paardenstallen, zelfs kerken werden als stal gebruikt. Die voederbak heb ik zo in de ruimte gelaten. Voor mij was het een soort inspiratiebron. Die heeft iets rustigs. De man die de bak gehouwen heeft zie ik in mijn verbeelding aan het werk. Hij heeft er de tijd voor genomen om het rond te maken en de ruwe kant is wel ruw gelaten, maar toch met een verfijning dat het vlak is. Het is met een ambachtelijkheid gemaakt, waar ik jaloers op ben.
IJsselstenen
In het keukentje was een tegelvloertje en daaronder een verrotte grenenvloer en weer daaronder lag vertrapt, vies tussen het vuil en de rattenstront, een IJsselstenenvloertje. Al die steentjes waren aan een kant rond gesleten en daarom heel moeilijk te passen. Het was een soort puzzel. Ik ben er een maand lang mee bezig geweest om dat vloertje te leggen. Toch dacht ik: ‘dat rond dat heeft jarenlang zijn functie gehad, dat is niet zomaar. Er is over gelopen en het vertelt een verhaal.’ Zo’n steentje wordt bij elkaar gehouden door het vuil van jaren. Je moet het heel voorzichtig schoonmaken, anders valt het uit elkaar. Sommige steentjes zaten aan elkaar geklit, en als je die losbrak, dan rook je honderdduizend geuren. Mijn fantasie vulde dat in. Ik rook de paardenpis!
Daar was ineens de aanwezigheid van de ruimte. Die komt langzamerhand op je af. Als je aan het werk bent raak je opeens in een hoekje verzeild en je krijgt het gevoel: Hé, wat is hier allemaal gebeurd. Je gaat kijken naar een balk en je denkt: ‘Hoe zit dat in elkaar? Hoe hebben ze dat gedaan?’ Tegenwoordig zetten ze gewoon een stalen constructie neer, waarvan alle balken dezelfde proportie hebben, omdat het gemakkelijker is per serie. Vroeger deden ze wat echt noodzakelijk was, die draagbalken zijn dik en de balken daartussen zijn weer dunner, om en om.