Opdracht Momnumentenzorg
In het begin had ik zo iets van: Waar ben ik in vredesnaam aan begonnen? Maar door die opdracht kwam er rust over me, zo van: het hoeft allemaal niet zo vlug. Ik nam echt de tijd om te kijken naar die rommel. En hoe schoner het werd, hoe meer aangepast aan deze tijd, hoe meer moeite ik ermee had. Om even bij die balken te blijven: eerst wilde ik ze schilderen maar toen ik er een paar overgeschilderd had, dacht ik van nee, ik laat ze zo met het vuil van de eeuwen, in hun natuurlijke ouderdom. lk heb zoveel mogelijk geprobeerd om op die manier te werken, niets weggooien en zoveel als kan opnieuw gebruiken en herwaarderen. Ik sloeg bij voorbeeld de spijkers weer recht die ik uit het sloophout haalde, om ze weer te gebruiken. Maar dit is eigenlijk onzinnig. Terwijl ik daarmee bezig ben weet ik ook van het bestaan van luchtdrukpistolen die de spijkers in het plafond schieten en daar sta ik een half uur te modderen om één spijker in het hout te krijgen. En toch … Ik zie wel degelijk een soort samenhang tussen het werk in het pakhuis en mijn werk als beeldend kunstenaar. Of ik nou een muurtje afbik of dat ik een schilderij maak, ik ben beeldend bezig, die verlegging van waarde vind ik heel intrigerend. Vaak kunnen mensen alleen lovend praten als ergens een lijstje omheen zit en het tegen de muur hangt in een museum of galerie. Dat vind ik heel vreemd.
De vraag wat een ‘kunstwerk’ tot iets bijzonders maakt houdt mij wel bezig. Het is toch de waarde die de toeschouwer eraan geeft. De moeilijkheid van dingen in een museum is: de mensen zien het en geven een interpretatie van het zien en niet van het doen. Het doen is voor mij belangrijker dan het resultaat. Als ik een muurtje aan het afbikken ben, dan ben ik bij wijze van spreken in de 16e eeuw. Dat vind ik heerlijk. Dat had ik ook al voordat ik in dit pakhuis zat. Wanneer ik zondagsochtends over de grachten liep, hoorde ik het ratelen van de karren en kon ik mij terug in de tijd wanen. Dan zag ik ineens een man met een cape en een hoed; wat dat betreft heb ik een grote fantasie. Amsterdam leent zich daar wel voor en staat ook het dichtst bij mij. Gouden Eeuw, de grachtenpanden, Rembrandt; voor die tijd in Amsterdam ben ik heel gevoelig. ln Florence bij voorbeeld kan ik alleen maar esthetisch kijken, daar heb ik verder geen gevoel bij. Ik ben een produkt van onze cultuur, ik ben door en door Hollander merk ik. Tijdens de verbouwing heb ik een stuk geschiedenis beleefd en wat ik in mijn etsen laat zien, is een persoonlijke belevenis.’
Expo Fodor
Uiteindelijk leidde het project tot een expositie in Fodor, de ruimte aan de Keizersgracht?, gelieerd aan het Stedelijk Museum.
Foto’s van de verbouwing
foto’s: Madelene Ladé
Gevonden objecten tijdens de verbouwing
Tekening, assemblage, collage
krijt, inkt, viltstift, potlood en objecten
vanaf 1981, 2x 70 x 100 cm
Etsen







































